06 april 2022 | 4 min.

Actuele situatie in de landbouw

Fors oplopende tarweprijs
De sterk gestegen tarweprijs (figuur 3) is onder meer het gevolg van de grote vraag naar tarwe, onder andere uit China, tegenvallende groeiomstandigheden in diverse teeltregio’s, beperkte voorraden, en de oorlog in Oekraïne. De oorlog leidt ertoe dat tarwe-export uit Rusland en Oekraïne – samen goed voor 30% van de mondiale tarwe-export – grotendeels is stilgevallen. De crisis zal naar verwachting ook van invloed zijn op de omvang van de komende oogst in Oekraïne en de Russische export. De sterk gestegen energie- en brandstofprijzen spelen eveneens een rol in de oplopende tarweprijs.

Afbeelding Figuur 3 Q1 2022

Figuur 3 Prijzen af boerderij a (euro/100 kg, exclusief btw) enkele akkerbouwgewassen, 2020-2022 (t/m mei)

a Enkele ontbrekende prijzen in de maanden juni en juli zijn geïnterpoleerd.

Bron: Wageningen Economic Research.

Doorgaande prijsstijging consumptieaardappelen

Na een dieptepunt van de prijs van consumptieaardappelen halverwege 2020 door de coronacrisis, is de prijs gestaag gestegen (figuur 3). De weer toegenomen wereldwijde vraag door het heropenen van horeca en fastfood leidde tot een grote vraag naar aardappelproducten. De industrie verhoogde tussentijds de contractprijzen voor het komende seizoen (2022-2023), ook omdat telers geconfronteerd worden met hogere kosten voor gewasbescherming, diesel en bewaring (energie). Daarnaast maken de gestegen graanprijzen de teelt van graan tot een aantrekkelijker alternatief.

Afbeelding Figuur 4 Q1 2022

Figuur 4 Prijsindices (2020=100) van enkele agrarische productiemiddelen, 2020-2022 (t/m mei)

Bron: Wageningen Economic Research

 

Sterke stijging kosten mest- en brandstoffen

De gemiddelde kosten van mest- en brandstoffen op akkerbouwbedrijven zijn volgens de inkomensraming gestegen van 25.400 euro in 2020 tot 30.300 euro in 2021 (+19%). De totale betaalde kosten en afschrijvingen stegen van 283.800 euro tot 294.400 euro (+4%). Het aandeel van de mest- en brandstoffen in de kosten nam toe van 8,9% tot 10,3%. Zoals het er nu naar uitziet, zullen de betreffende kosten in 2022 verder oplopen (figuur 4).

Melkprijs naar historisch hoog niveau

De melkprijs is in het afgelopen jaar voortdurend opgelopen: van ruim 34 euro begin 2021 naar bijna 44 euro per 100 kg in december 2021 (figuur 5). Na februari van dit jaar is de prijs nog sterker toegenomen, tot ruim 52 euro per 100 kg in mei. Een historisch hoge prijs, want vanaf 1950 is dit prijsniveau (in nominale termen) niet eerder voorgekomen.

Afbeelding Figuur 5 Q1 2022

Figuur 5 Melkprijs af boerderij (euro/100kg, exclusief btw), 2020-2022 (t/m mei)

Bron: Wageningen Economic Research

Saldo melkveehouderij ruim boven langjarig gemiddelde

Tegenover de forse stijging van de melkprijs staat een toename van de toegerekende kosten. In maart van dit jaar lagen deze bijna 50% boven het tienjaarsgemiddelde, en bijna driemaal hoger dan in 2001.

Het saldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf kwam in maart 2022 uit op 19.300 euro (figuur 6). Dit saldo is 37% hoger dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar en 11% boven het langjarig gemiddelde van de maand maart. Het gestandaardiseerde bedrijf telt 106 melkkoeien met een gemiddelde melkproductie van 9.000 liter per koe.

 

Afbeelding Figuur 6 Q1 2022

Figuur 6 Maandsaldo (euro/bedrijf) gestandaardiseerd melkveebedrijf, 2020-2022 (t/m maart)

Bron: Wageningen Economic Research

Hogere kosten veevoer, mest- en brandstoffen

De gemiddelde kosten van veevoer, mest- en brandstoffen op melkveebedrijven zijn volgens de inkomensraming gestegen van 123.600 euro in 2020 tot 146.800 euro in 2021 (+19%). De totale betaalde kosten en afschrijvingen stegen van 376.400 euro tot 418.600 euro (+11%). Het aandeel van veevoer, mest- en brandstoffen in de uitgaven nam toe van 32,8% tot 35,1%. Veevoer is veruit de grootste post van de drie: 106.500 euro in 2020 (28% van de betaalde kosten en afschrijvingen) en 123.700 euro in 2021 (30%). Het ziet ernaar uit dat de betreffende kosten in 2022 verder oplopen (figuur 4).